Natuurgedichten

Er zijn gedichten die heel sterk betrekking hebben op de natuur en het landschap die de kern vormen van deze website. Bestaande gedichten of liedteksten die gepubliceerd zijn in boeken, tijdschriften of kranten, en gedichten die pas gemaakt zijn of al langer geleden en nog geen podium hebben gekregen.

Stuur ze op als reactie  hieronder of met het contactformulier. We zetten de gedichten achter elkaar, zomaar, met geen andere reden dan om te genieten. Met de naam van de maker (of Anoniem) boven het gedicht, voor de woordzoeker.

Marsman

Marsman2 - kopie

Driek van Wissen

IMG_3894 - kopie

Manouk van der Eng en Ilse van der Klift

2014-02-03-8029 - kopie

2014-02-13-8082 - kopie

2014-02-13-8080 - kopie

2014-02-13-8077 - kopie

2014-02-13-8076 - kopie

Voor Lydia 2

Wilhelmina Kuttje (Wim T Schippers)

 

 

 

Peter Blanker – Vader

Vader weet je nog hoe of we door de polder zijn gegaan
Grote man met kleine jongen aan de hand
Ik moest mee, we gingen kijken, de natuur kleedde zich aan
Het was mei en licht en vrolijk was het land
En je leerde me de vogels
We bekeken ieder blad
En je zei me waar te kijken in het veld
Ik wist zeker dat er niemand
In de buurt een vader had
Die zijn zoon zoveel geheimen had verteld

refr.:
En als dan de zwarte aalscholvers
Zich repten van hun nest
Ons probeerden te verjagen van ons plek
Dan zei jij: “Als je geen kwaad wil doen
Dan voelen ze dat best
Wees niet bang, ze doen alleen een beetje gek”

Vader weet je nog hoe of we door de straten zijn gegaan
Met wel duizend mensen gingen we op pad
Ik moest mee, we gingen lopen achter al die vlaggen aan
Het was mei en licht en vrolijk was de stad
Jij vertelde van die kerel
Met die grote grijze baard
En waarom die optocht eigenlijk wel was
En we liepen in de lentezon
En wandelden bedaard
En we droegen rode bloemen op ons jas

refr.

Vader weet je nog hoe of je op een nacht bent doodgegaan
Oude man met grote jongen aan de hand
‘k Ging niet mee, ik bleef nog kijken, de natuur kleedde zich aan
Het was mei en licht en vrolijk was het land
Maar je schonk me alle schatten
Die je zoal had vergaard
Zodat er niet eens zoveel gestorven is
Want ik heb ze allemaal
En heb er nu nieuwe bijgespaard
Nu de zoon de vader zelf geworden is

En wanneer de zwarte aalscholvers
Zich reppen van hun nest
En ook mij zullen verjagen van m’n plek
‘k Heb geleerd: als je geen kwaad wil doen
Dan voelen ze dat best
‘k Ben dus niet bang maar ‘k vind ’t wel een beetje gek