Natura 2000

29 december 2014

Heeft u al wel eens zo’n bordje bij de rietvelden langs de Oude Maas gezien: Natura 2000? Bent u ook nieuwsgierig naar wat dit inhoudt? Lees dan verder, over de gebieden waar natuurwaarden worden beschermd om de achteruitgang van biodiversiteit in Europa te keren.

In Nederland zijn meer dan 160 gebieden aangemeld bij de Europese Unie in reactie op de Europese afspraken over biodiversiteit. Europa heeft ongeveer 10% van de oppervlakte van Nederland aangemerkt als ‘natuurparel’. Verreweg de meeste van deze gebieden vallen binnen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), waarmee een netwerk van natuurkerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones waar natuur voorrang heeft, wordt aangeduid en dat meer, ongeveer 17,5% van Nederland, zal beslaan (als er door de crisis geen kinken in de kabel komen) en dat dan aansluit bij het Pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN). De nationale Raad voor leefomgeving en infrastructuur Rli, adviseert nu clustering tot robuuste natuurgebieden zoals dat zal gebeuren met Klein Profijt, de grienden en het Buijtenland van Rhoon. Dit advies ‘Onbeperkt Houdbaar’ vervangt het Natuurbeleidsplan uit 1990.

Het Natura 2000 gebied dat aangeduid wordt met de naam Oude Maas, vormt een lint langs de benedenloop Oude Maas, waar het getij nog merkbaar is. Het is van internationaal belang om zijn zoetwatergetijdennatuur met wilgenbossen (vloedbossen) en soortenrijke ruigten. Het deelgebied Klein Profijt vervult daarin een belangrijke schakel omdat er nog kleine populaties van de zeldzame Noordse woelmuis leven, omdat er aanzienlijke aantallen Zomerklokjes en Spindotters vaste voet hebben, kenmerkend voor het schaarse zoetwatergetijdegebied, en omdat de Bever er regelmatig langs komt en er zijn burcht bouwt.

Natura 2000 gebied De Oude Maas; 399 ha

Natura 2000 gebied De Oude Maas; 399 ha

De Rhoonse Grienden en Carnisse Grienden horen ook bij het Natura 2000 gebied. Bij de plannen voor Natura 2000 is in Europa rekening gehouden met het vormen van “draagvlak”. Met name deze griendgebieden bieden het publiek de mogelijkheid natuurwaarden te beleven en te gebruiken voor recreatie. Ze dragen zeker ook bij aan het streven de achteruitgang van de biodiversiteit te keren. In de vorm van goed, traditioneel, onderhouden hakgrienden zijn ze zeker natuurvriendelijk. Zo herbergen ook zij de voor getijdegebieden  kenmerkende Spindotter. Ze dragen echter niet of nauwelijks bij aan de verdere ontwikkeling van natuur. Die ontwikkeling vindt wel plaats op de plekken waar vloedbos en ruigte ontstaan, zoals die in Klein Profijt en in een deel van de Carnisse Grienden te vinden zijn. Natuurlijk moet men ook daar nu en dan ingrijpen ter wille van het behoud van diversiteit in dergelijke, toch relatief kleine, gebieden.

Begin jaren zeventig van de vorige eeuw, toen de vereniging de Carnisse Grienden werd opgericht,  waren de grienden zwaar verwaarloosd. Het leek de moeite van het beschermen niet waard , maar  hoogleraar Dr. Ir. I.S. Zonneveld bewees het belang van het behoud van de Carnisse grienden o.a. door de aanwezigheid van bijzondere mossen aan te tonen. Zo konden de grienden worden behoed voor het storten van havenslib. Lang daarna nog hebben de griendpercelen onderhoud moeten ontberen. Dat heeft op de natuur geen nadelige invloed gehad. Nog steeds heeft de natuur er baat bij met rust gelaten te worden. In ieder geval heeft de natuur in geen enkel gebied baat bij onderhoud van het gebied met te zware machines, kunstmest en pesticiden zoals in de commerciële landbouw. Niet dat het onderhoud in de grienden zo verloopt, maar gebrek aan onderhoud betekent niet verlies van natuurwaarden, integendeel, zou men kunnen denken. Dit geldt ook voor de grienden in de Natura 2000 gebieden. Maar, wil je de griendcultuur zoals die al honderden jaren bestaat, behouden, dan moet je voornamelijk het aspect van cultureel erfgoed benadrukken, niet dat van natuurbehoud. In de IJzertijd waren er al nederzettingen langs de benedenloop van de rivieren. Het schijnt dat de bewoners al iets van de griendcultuur in gebruik hadden, de klepduiker. Ook zij gebruikten het hout van de wilg, die zo goed in natte grond groeit, voor de wanden van de hutten, en wellicht ook voor dammen en gebruiksvoorwerpen.

Het beheer van de natuur, de agrarische natuur of het landschap (dus ook van de Natura 2000 gebieden) is geregeld in provinciale Natuurbeheerplannen. Ieder jaar ligt een Ontwerp Natuurbeheerplan per provincie ter inzage bij de gemeenten. Daarin staat per provincie waar welke soort natuur aanwezig is of ontwikkeld kan worden, wat het beheer moet inhouden en wat gesubsidieerd kan worden.

(Vloedbos 300 ha van de associatie Cardamino amarae – Salicetum albae  (Bittere veldkers – Schietwilg);
waardevol: Rivierkruiskruid, Echt lepelblad, Zomerklokje, Driekantige bies, Noordse woelmuis.)