De polders blijven!

29 december 2013

Voor de leefbaarheid van de regio is gekozen voor open gebieden waar gerecreëerd kan worden en waar de natuur kans krijgt. Bovendien moet er plaats zijn voor natuurlijk, schoon water. Onder die omstandigheden grijpt vanzelf biodiversiteit zijn kans.

Het is de bedoeling van de Planologische Kernbeslissing Maasvlakte 2 dat de economische ontwikkeling van Rotterdam en het havengebied samengaat met verbetering van de leefbaarheid van de regio. Er was al zoveel open gebied opgeofferd aan Vinex- en andere wijken en aan havens en industrie. De leefbaarheid denkt men het de beste te kunnen verbeteren door enkele gebieden rondom de stad open te houden, er de natuurlijke kwaliteit van grond en water terug te brengen en ze toegankelijk te maken voor het publiek.

Een van die gebieden, het grootste, is het plangebied het Buijtenland van Rhoon. Teneinde de rand van de stad, waar het open gebied begint, niet te laten verloederen is besloten een recreatiegebied (150 ha) in te richten, dat tegen Barendrecht en tegen de Koedoodzone bij Portland aan ligt. Verder, in de richting van de Oude Maas, ligt de Molenpolder, die zijn agrarische functie behoudt in de vorm van natuurakkers (130 ha),  en die tegen de twee polders ligt waar natuurlijke graslanden en kreken komen. Dit natuurlijk grasland met kreken (320 ha) in de Zegenpolder en de Portlandpolder sluit aan op het ecologisch beheerde cultuurgebied de Rhoonse en Carnisse Grienden, en zal de natuurwaarden daar versterken. Evenals die van het Natura 2000 gebied langs de Oude Maas, de hele buitendijkse strook ruige natuur waartoe ook Klein Profijt behoort. En, de natuurlijke vernatting van die twee polders komt tegemoet aan de groeiende behoefte aan schoon zoet water in verband met het veranderende klimaat en de risico’s die dit oplevert voor de leefbaarheid in de regio.

Plan Roerdomp Flevoland (5) - kopieGrasland met kreken 
De transformatie die nodig is om van intensief bewerkte akkers een natuurlijk grasland te maken hangt samen met de voedselrijkdom van de bouwvoor. De bouwvoor in akkerland is de diepte in de grond die de boer met zijn machines bereikt om de grond te bewerken. De bouwvoor in de akkers van de polders  Zegenpolder en Portlandpolder is, zoals elders, 30 tot 40 cm dik. Deze bouwvoor bevat hoge concentraties aan fosfaat(-verbindingen), de totale fosfaatlast is er zeer hoog. En er is in dit gebied grote capaciteit om het regenwater vast te houden. Dat betekent nalevering van fosfaat dat loskomt uit (ijzer)verbindingen bij vernatting. Nalevering van fosfaat zorgt voor eutrofiëring van de grond, d.w.z. dat de grond zo voedselrijk wordt dat er een monotone ruigtevegetatie ontstaat met een dominantie van liesgras en rietgras  ten koste van biodiversiteit. En het zorgt voor eutrofiëring van het water, wat betekent dat algen gaan overheersen en muggen, omdat de diverse waterbewoners die muggenlarven eten niet kunnen leven in algenrijk, zuurstofarm, water.   Dus, de bouwvoor wordt afgegraven, dat is het plan. Onder de bouwvoor is nauwelijks sprake van fosfaten.  Op de plaatsen waar de polder het diepst lig t wordt een extra 10 centimeter weggegraven om kreken  te maken. Het waterpeil wordt fluctuerend. Dan zal er ’s winters zo’n 120 hectaren open water zijn, schoon zoet regenwater. In de zomer zal er in een deel van de kreken minder water staan, omdat er minder regen valt en omdat het rivierwater er niet binnendringt. Er is nauwelijks sprake van kwel omdat de onderliggende kleigrond slecht doorlaat. Er komen struinpaden door dit gebied en er moet overlegd worden over eventuele kanoroutes, ruiterpaden, en fietspaden.

Natuurakkers    
Om van intensief bewerkte akkers natuurakkers te maken is geduld nodig. De voedingsstoffen die door het intensief gebruik van kunstmest nog in de grond zitten, zullen moeten uitgroeien. D.w.z. dat, na de oogst van de gewassen die er in de eerste jaren gekweekt worden, alleen nog met natuurlijke mest mag gewerkt worden en dat er in het begin zelfs helemaal niet bemest mag worden. Ook het gebruik van te grote landbouwmachines die de grondstructuur verwoesten, wordt uitgebannen. Op den duur is de grond  ‘schraal’ genoeg en is het bodemleven voldoende hersteld voor het inzaaien van natuurakkergewassen, zoals spelt, vlas, tarwe en gerst. Dan kunnen zich de traditionele  akkerkruiden ontwikkelen en de daarbij behorende insecten, vogels en kleine zoogdieren. Ook die natuurakkers worden met paden toegankelijk voor het publiek. Het Zuid-Hollands Landschap is al een jaar of wat op enkele stukken bezig met natuurakkers en de fauna heeft er nu al profijt van, zoals de veldleeuwerik en de patrijs. Op andere plekken in Nederland zijn al grotere gebieden te vinden met natuurakkers, die mooie resultaten laten zien op het gebied van flora en fauna.

En, de verwezenlijking van het project Buijtenland van Rhoon brengt ook met zich mee dat de dijken kunnen blijven bestaan zoals ze nu zijn. Voor fietsers blijven ze goed toegankelijk, maar het gemotoriseerd verkeer krijgt met obstakels te doen. Ook voor de moderne landbouwmachines die er nu nog rijden en die te zwaar zijn, is er dan geen plaats.

 

 

 

 

Bronnen:
>>Internet:
Twaalfde Voortgangsrapportage/PMR750 ha, Bestuurlijk Overleg Project Mainport Rotterdam, 24 september 2013
Fysieke bouwstenen voor de knelpuntenanalyse, Climate Proof Cities Consortium, oktober 2011
DP2014 Bijlage A2 Deltaprogramma Zoetwater,  Ministerie Infrastructuur en Milieu Ministerie van Economische Zaken, 17 september 2013
Klimaatbuffer IJsselmonde XL, ARK, april 2013
Belevingswaardenonderzoek – Kiezen voor Groen, Provincie Zuid-Holland, 2009
Open gebied met goede waterkwaliteit IJsselmonde – Kiezen voor Groen, Provincie Zuid-Holland, 2010
www.buijtenland.nl, Provincie Zuid-Holland, 2013
>>Hard copy:
Eindrapport Hydro-ecologisch en bodemchemische systeemanalyse Buytenland van Rhoon, Provincie Zuid-Holland, 21 maart 2011
Tussenrapportage Schetsontwerp Buijtenland van Rhoon, Provincie Zuid-Holland, 1 januari 2012
Bestemmingsplan Buytenland van Rhoon, Gemeente Albrandswaard,  28 april 2010