Antwoord op de Steppekiekendief van de heer Warnaar

 

Foto Julian de Frel

 

In de Schakel van 26 april 2017 heeft de heer Wim Gé Warnaar een aantal onjuistheden laten opschrijven. Overigens, zijn enthousiasme over de vogel zelf is juist!

Op 20 april zat aan de rand van de Molenpolder een Steppekiekendief te eten van een dode meeuw. Dat heeft een vogelaar (uit Utrecht) gesignaleerd en meteen doorgegeven aan andere vogelaars. Er kwamen leden van de vogelwerkgroep Natuurvereniging eiland IJsselmonde (v/h Ridderkerk) op af en andere vogelaars uit de buurt. Want een Steppekiekendief is in de lente als doortrekker van Afrika naar Oost Europa beperkt te zien en dus een zeldzaamheid in Nederland. Kraaien hadden de dode meeuw al eerder ontdekt, want zij probeerden in het begin de kiekendief te verjagen, tevergeefs. En dat is ongebruikelijk! Een Steppekiekendief eet geen aas, hij jaagt boven boerenland en ruige graslanden, op zoek naar vogels en kleine zoogdieren. Maar hier op het boerenland rond Rhoon is weinig meer te vinden, zeker weinig vogels (zie het item Vogelinventarisaties onder Nieuws op de website www.natuurrhoon.nl). Wij denken dat bij gebrek aan het gebruikelijke voedsel de kiekendief is overgegaan op aas. Dat is risicovol voor de vogel, want de meeuw kan dood zijn gegaan aan gif, dat bijvoorbeeld in aas zit dat voor vossen neer wordt gelegd in het boerenland. Of de dode meeuw zelf was zo’n aas voor de vos. Laten we hopen dat de kiekendief gezond blijft en met een goedgevulde maag zijn doortocht naar Oost Europa kan voortzetten.

De onjuistheden in het artikel van 26 april j.l. zijn dus de volgende:

  • De Steppekiekendief is geen dwaalgast maar een doortrekker (in groeiende aantallen waargenomen in Nederland: in 2014 ongeveer 900 keer, in 2016 ongeveer 1400 keer; let wel, hoe meer waarnemers hoe meer waarnemingen) en zijn status is ‘zeer zeldzaam’. Hij broedt hier niet.
  • De Steppekiekendief treft men op doortrek aan jagend boven het boerenland, omdat dat in Oost Europa naast ruig grasland een belangrijk soort jachtgebied is. Maar hier is het boerenland een industrieel gebied geworden, waar nauwelijks natuur te vinden is. Dat hij hier niet voldoende ‘vers voedsel’ vindt en op aas fourageert is bewijs dat de boer en natuur juist niet goed samengaan (of was dat maar een grapje van de heer Warnaar).
  • In de Schakel van 26 april staat bij het artikel een foto waarop de ‘spottende’ vogelaars staan; het onderschrift dat de vogelaars alles doen voor een goed plaatje is onjuist; de vogelaars hielden juist voldoende afstand om de vogel niet te verstoren, want dat gaat boven een goed plaatje.

Niettemin, een schitterend plaatje is er wel genomen, o.a. te danken aan geduld en de juiste apparatuur.

Reageer

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.